Jarig

Aan het eind van de maand januari 2021 hoop ik 70 jaar oud te worden.
Onlangs vroeg Aly me, of ik me al 70 voelde. “Nee,” antwoordde ik, “eerder 40 of 50 jaar.”
“Zo zie je er anders niet uit”, was haar reactie. En dat is ook wel weer waar. Maar als je je je fit voelt, wat zegt dan eigenlijk een leeftijd? Ongeacht of je er nu ouder uitziet of niet…
Dat deed me denken aan wat mijn grootvader wel eens van iemand zei: “Die zal nooit zo oud worden als hij eruit ziet…”
Normaal gesproken dus tijd voor een feestje met familie en vrienden, maar dat zal in deze coronatijd anders gaan. Bijeenkomsten met meerdere personen zijn niet toegestaan. Je mag slechts één persoon per dag thuis ontvangen, en als we de gasten één voor één op een dag zouden vragen langs te komen, zou het feestje wel erg veel dagen in beslag gaan nemen. Dat gaan we dus niet doen.
Wel hadden we nog even een tweespraak over de vraag wie we dan wél zouden uitnodigen. Ik zou dan één gebakje kunnen halen. Maar we konden niet tot een beslissing komen wie het meest in aanmerking zou komen: ze zijn ons allemaal even lief.
Een andere oplossing zou zijn om ‘gewoon’ een jaartje extra 69 te blijven en dan volgend jaar mijn 70e verjaardag te vieren, maar dat gaat ook lastig worden, want mijn geboortejaar staat duidelijk op allerlei documenten.
We houden het er dus maar op dat we dit feest overslaan. Is dat erg? Och, leuk is anders, maar we rekenen dat maar tot de categorie ‘klein leed’. Ik vind het veel triester voor de kleinkinderen die ook hun verjaardagen niet kunnen vieren zoals ze zouden willen, met bezoek van veel mensen. En daar zouden ook wij graag bij willen zijn natuurlijk.
Het is ook veel vervelender voor onze kinderen, die als zovelen te maken hebben met een erg drukke en lastige tijd doordat ze thuis moeten werken (als ze al werk hebben vanwege coronamaatregelen!) en tegelijk ook hun kroost moeten bijstaan bij het digitaal onderwijs. Om nog maar niet te spreken over zoveel mensen die echt aan de omstandigheden lijden of te kampen hebben met de gevolgen van het oplopen van covid 19.
Dus: we wachten rustig op betere tijden, en die verjaardag… – och, die vieren we voorlopig maar samen.
Bovendien: wat zegt een getal, ook al is het 70?
Fons Jansen vertelde eens een grap over een oude bisschop, die op elke verjaardag , als men hem vroeg hoe oud hij nu was geworden, dezelfde leeftijd noemde. “Want”, was zijn verklaring daarvoor, “het is niet goed om elk jaar op dezelfde vraag een ander antwoord te geven.”

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Brommer

Tijdens onze fietstochten in de afgelopen maanden kwamen we ze regelmatig tegen: clubjes mensen op een brommer. Nou, vooruit: daar wil ik de Solex dan ook nog wel bijrekenen. Maar mijn aandacht ging vooral uit naar de oldtimers van Zündapp, Kreidler en zo. Die maakten allerlei herinneringen in me wakker.
In mijn middelbareschooltijd waren er meerdere klasgenoten die een brommer bezaten. De mooiste exemplaren waren de Puchs, Kreidlers en Zündapps. De Puch had (als je heel hip wilde zijn) een hoog stuur; de Kreidler herkende je meteen aan z’n zo mooi lopende viertaktmotor, in tegenstelling tot de wat pruttelende brommers met een tweetaktmotor.
Zelf bezat ik een al wat oudere Batavus, met achter een dubbele telescoopvering, dat dan weer wel. Die was gekocht van een van de monteurs die in het bedrijf van mijn vader werkten. Hoe zijn naam precies luidde weet ik niet meer; hij werd ‘Dirk Snoek’ genoemd in de werkplaats vanwege zijn vorige baan in een Citroëngarage. Een toenmalige collega van hem was ook overgestapt naar “Bouwmechanisatie en Motorenbedrijf De Hon” (het bedrijf waarvan mijn vader met zijn broer directeur was); die werd ‘Jan Eend’ genoemd.

Er mankeerde nog wel eens wat aan mijn brommer en dan was ik tijden aan het sleutelen in de werkplaats. De motor kon ik haast met mijn ogen dicht uit elkaar halen en weer in elkaar zetten. Ik heb denk ik meer onder de brommer gelegen dan erop gezeten. We heel leerzaam overigens.
Naast het gebruik voor het naar school gaan ging ik er ook mee op vakantie. Eerst naar Texel waar ons gezin vele malen gekampeerd heeft. Ook mijn jeugdvriend Jan Beuckens ging vele malen mee. Bij hem zat ik achterop mijn brommer op weg naar het strand. Bij de parkeerplaats schoof de brommer onderuit in het zand en raakte mijn enkel de gloeiend hete uitlaat. Dat leverde me een fikse brandwond op – maar ook een heel nieuwe wending in mijn leven: daardoor kwam ik in nader contact met Aly, die tijdens een kampweek van het koor waar we deel van uitmaakten de medicijnkist beheerde en dagelijks de wond verzorgde. Hoe dat verder gegaan is zal bekend zijn: we zijn al meer dan 50 jaar bij elkaar…

Sint Pietersberg

Na die kampweek ging ik nog met Jan Beuckens op stap; hij had ook een brommer gekocht voor een paar centen en samen vertrokken we naar het zuiden. Kamperen op de Sint Pietersberg bij Maastricht, zonder matjes op de kiezelgrond, wildkamperen in een weiland en elke dag heel wat kilometers. Via België kwamen we uiteindelijk terecht in Monschau, een leuk Duits plaatsje met mooie ‘vakwerkhuizen’. Daar begaf de brommer van Jan het definitief. Hij parkeerde hem tegen de muur van het huis van de burgemeester. Samen gingen we terug naar Nederland op mijn brommer. In Eindhoven werden we opgepikt door mijn vader, die voor zaken daar in de buurt moest zijn. Jan is enkele weken later nog teruggegaan om zijn brommer op te halen; die stond nog op de plek waar hij hem had achtergelaten.

Jan Beuckens

Bij Monschau

Aardig detail van deze vakantie: ik stuurde Aly een kaart uit Monschau, maar vergat er een afzender op te vermelden. Ze had trouwens wel in de gaten wie die afzender was…

De Batavus is nog meegegaan naar Kampen, waar ik ging studeren. Maar toen de helm in 1972 verplicht werd heb ik er niet meer op gereden. Hij stond beneden in de kelder van de flat waar ik toen een kamer had. Op zekere dag was hij verdwenen. Iemand zag er blijkbaar meer heil in dan ik.
Maar als ik zo’n brommer zie rijden, gaat mijn hart toch nog altijd wat sneller kloppen. Hoewel ik nu vind dat ze wel erg stinken…

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Namen

Je weet waarschijnlijk wel wat een haiku is: een oude japanse dichtvorm die bestaat uit 5 – 7 – 5 lettergrepen. Onlangs was het de Internationale Dag van de Haiku. Dat had ik nooit geweten als in het tv-programma ‘Op1’ daar geen aandacht aan was besteed. Te gast was Kees van Kooten (van ‘Koot en Bie’, zeg maar); niet lijfelijk aanwezig, maar door middel van een videoverbinding. Hij schrijft ook haiku’s, die hij ‘haikoots’ noemt, en gaf daar een paar voorbeelden van. Twee daarvan riepen een herinnering in me wakker, die gingen over het onthouden van namen en het op het juiste moment de juiste naam noemen. Ik laat hier eerst de twee bij elkaar horende haiku’s van Kees van Kooten volgen:

Bij babyfoto’s
haalt hij hun kleinkinderen
steevast door elkaar

‘Gut, wat lief’, zucht hij
maar voor de zekerheid
zonder naam erbij

In namen ben ik niet zo goed. Dat wil zeggen, ik kan prima namen onthouden, en ook gezichten, maar de juiste naam bij het gezicht levert nog wel eens problemen op. Zo worden we regelmatig in het dorp gegroet door iemand, waarop Aly vraagt: “Wie is dat?”. Dan wil me de naam niet zo direct te binnen schieten. “Ik kom er zo wel op”, reageer ik dan maar. “Ja ja…”, is steevast haar antwoord. Merkwaardig: ik kan me precies voor de geest halen waar die persoon woont, hoe de inrichting is, in welke stoel ik meestal zat (tegenover de klok, dan hoef je nooit op je horloge te kijken omdat dat een heel verkeerde indruk kan wekken), maar de naam….

Het is me een keer gebeurd – en daar deed Kees van Kooten me aan terugdenken), dat ik aan een van onze zoons iets vroeg over hun dochter, maar daarbij de naam van een kleindochter uit een ander gezin noemde. Zijn reactie: “Bijna goed!”

Over namen gesproken: tijdens een fietstocht vorig jaar deden we een terrasje aan voor een kop koffie. Dat kregen we snel. Maar het was nogal druk, zodat het meisje van de bediening niet meer in de buurt kwam. Dus ging ik maar naar de kassa om daar te betalen. Tegelijk met mij liep een vrouw naar binnen, die tegen me zei: “Ja, als Abraham niet naar de berg komt…”. Ik dacht meteen: hier klopt iets niet… Die mevrouw weet duidelijk niet waar Mohammed de mosterd haalt…

Over fietsen gesproken: ik heb eens goed naar de ruimte tussen de spaken in het achterwiel en de dikte van het slot gekeken. De verhouding is, zo op het blote oog, 8:1. Kan iemand mij vertellen waarom ik, als ik mijn fiets op slot zet, ongeveer één op de drie keer tegen een spaak aan zit?

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Blog in coronatijd

Een dagboek houd ik hier niet bij, maar nu toch wat over hoe we onze dagen doorbrengen. Net zoals velen van onze leeftijd (de ‘risicocategorie’) en trouwens ook heel wat jongere mensen blijven we zoveel mogelijk thuis. Ook ontvangen we bij voorkeur geen bezoek in huis. Wat dat betreft was het fijn dat de afgelopen dagen zo heerlijk zonnig waren: in de tuin kun je gemakkelijker de benodigde afstand bewaren en elkaar toch nog treffen.
Verder proberen we de dagen zoveel mogelijk structuur te geven. ’s Morgens na het ontbijt en de koffie + krant een tijd in de tuin aan de gang, ’s middags een eindje lopen of fietsen. We hebben er al weer heel wat kilometers opzitten dit seizoen. Bij voorkeur gaan we er wat later op de middag op uit; de meeste fietsers en wandelaars zijn dan alweer thuis en het is dan lekker rustig. Intussen is Aly druk bezig de fotokast te reorganiseren – een hele klus; de familiegeschiedenis van zo’n 35 jaar lag ongeordend in dozen en mappen, maar alles gaat door haar handen en er komt nu orde in. Volgende fase wordt het digitaliseren van de foto’s die we willen bewaren. ’s Avonds wat lezen, televisiekijken en muziek luisteren. Zo had ik alle tijd om de afleveringen van de erg leuke blog ‘De Bach van de dag’ van Frank de Munnink te beluisteren (te vinden op de app van Radio 4); ik ben inmiddels bij, zodat ik nu per dag de nieuwste aflevering kan beluisteren.
Wat ons opvalt als we buiten zijn is, dat verreweg de meeste mensen goed afstand bewaren op de fiets- en wandelpaden. Soms treffen we wat jongelui die dicht bij elkaar lopen en ook niet erg zorgvuldig afstand tot anderen bewaren; of wielrenners die je rakelings passeren. Niet zo slim… Maar een lock down is blijkbaar zo intelligent als degenen die hem in praktijk moeten brengen…
Vandaag hoorden we van een vriend die een week geleden op de IC terecht is gekomen en beademd wordt; inmiddels zal geprobeerd worden hem weer bij te brengen en zelfstandig te laten ademen. Hij is het derde ‘geval’ in onze vrienden- en bekendenkring met een ernstige infectie; zo komt het toch wel heel dichtbij.
Gelukkig is er de telefoon en internet met alle mogelijkheden om contact te hebben met kinderen, kleinkinderen en familie. Er wordt heel wat geappt, filmpjes gestuurd en gebeld. Zo blijven we van elkaars wel en wee op de hoogte. Ook is er (gelukkig) ruimte voor humor in deze tijd. Naast alle ernstige berichten en zorgen mag er ook gelachen en gerelativeerd worden.
En er worden allerlei initiatieven ondernomen om mensen een hart onder de riem te steken. Zo hoorde ik vanmiddag in de tuin de klanken van een draaiorgel, dat blijkbaar voor het hoofdgebouw stond om de bewoners (die binnen moeten blijven en geen bezoek kunnen ontvangen) wat afleiding te bieden. De orgelman had blijkbaar zijn repertoire wat aangepast aan de doelgroep; zo klonk eerst “Abide with me”. Of dat zo’n gelukkige keuze was weet ik eigenlijk niet. Het lied doet mij altijd denken aan een uitvaartplechtigheid, waar het vaak gespeeld of gezongen wordt… Bovendien deed het me ook meteen denken aan de ondergang van de Titanic – ook al niet zo’n opbeurende gedachte. Daarna was de keus gevallen op  “Als de klok van Arnemuiden”. Dat klinkt een stuk vrolijker, maar de tekst (droefenis als er iemand op zee gebleven is) is dan weer niet zo vrolijk. Nou ja, het was goed bedoeld, moet je maar denken. En wat is het alternatief? “Van je hela hola houd er de moed maar in” of zo? Of: “Lang zullen we (nog) leven”? Maar goed: de orgelman kon niet met zijn geldbakje rond en een gegeven paard mag je niet in de bek kijken.
Beste mensen, pas goed op jezelf en anderen en blijf gezond. En sterkte met deze bijzondere omstandigheden!

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Troost

Het zijn momenteel moeilijke tijden voor velen. ‘Lock down’ of niet helemaal, velen zijn gedwongen om de tijd thuis door te brengen. Zo zie je allerlei creativiteit ontstaan. Uit kerken worden diensten uitgezonden met alleen de predikant en een organist/pianist en een enkele andere medewerker. Vanuit huis- of werkkamer worden muzikale mogelijkheden onderzocht om via het internet te delen met de wereld. Ook worden er boeken voorgelezen, filmpjes gedeeld, en grappen rondgestuurd. BN’ers hebben ook al een lied gemaakt, waar overigens heel verschillend over wordt gedacht en geoordeeld. In Trouw stak de tekenaar Vonk niet onder stoelen of banken…
Het zette me aan het denken. Wat is troostvolle muziek?
Voor mij is dat heel veel van Bach. Delen uit de Mattheuspassion (of eigenlijk het hele werk wel), orgelwerken van Bach, aria’s en andere delen uit vele cantates en delen van instrumentale werken. Maar ook veel andere componisten; Mendelssohn bijvoorbeeld.
Van hem vind ik het werk “Verleih uns Frieden” geweldig troostrijk. Ik geef hier een link naar een opname van het Stuttgarter Kammerchor o.l.v Frieder Bernius, de mooiste opname die ik ken.
Aan dit werk is  voor mij nog een mooi verhaal verbonden. De cd met dit werk gaf ik aan mijn zwager en schoonzus, die het weer doorgaven aan hun vriend Harm. Die vond het zo mooi, dat hij het heel veel draaide. Op een late avond, zijn vrouw was al naar bed gegaan, zette hij het nog een keer behoorlijk luid op. Toen ging de deurbel: de buren! “Och heden”,  dacht hij, “ze komen natuurlijk klagen over burengerucht zo laat op de avond…” Maar nee: “Kom nog even een borrel halen bij ons, en – neem die cd mee!”
Toen Harm, veel te jong, overleden was, klonk in de afscheidsdienst dit werk. Ontroerend was dat. En troostrijk.

Nog een werk dat ik hier wil noemen is het koraalvoorspel voor orgel van Bach: “Wenn wir in höchsten Nöten sein” (BWV 668) – heel toepasselijk in deze tijd. Ik geef hierbij een link naar dit werk, gespeeld door mijn broer Jan op het orgel van de Martinikerk te Franeker tijdens een concert in augustus 2014. Ook een zeer bewogen tijd. In de programmatoelichting schreef Jan: “Het koraalvoorspel “Wenn wir in höchsten Nöten sein” van J.S. Bach en het afsluitende werk “Abendfriede”van Rheinberger kunnen worden gezien als momenten van bezinning rond de ellende in de wereld (o.a. Oekraïne, Afrika, Syrië, Israël/Gaza) en de gevolgen daarvan voor de slachtoffers en nabestaanden; waar dan ook.”
Hetzelfde kan ook vandaag de dag gezegd worden: troost voor de slachtoffers – in welke vorm dan ook – van de coronacrisis…
Het werk is te beluisteren met deze link.

Het werk “Abendfriede” van Rheinberger heb ik overigens al eens eerder op dit blog gezet.

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

IM Tom

Tom? Wie is dat nu weer?
Wel – Tom was onze poes. Haar naam had ze nog niet zo lang; toen ze enkele jaren geleden naar de dierenarts moest voor wat injecties moest er een naam opgegeven worden. “Doe maar Tom”, zei ik, wat de assistente zonder blikken of blozen invulde.
Toen een van onze kleindochters het hoorde, vond ze het maar stom. Tom Poes? Of Tompouce?  “Het is trouwens een vrouwtje, opa!” Mijn enige verweer was, dat ze toch nooit luisterde, behalve als je haar riep voor wat blikvoer ’s avonds – en dan luisterde ze overal wel naar.
We kregen haar in 2002, samen met een broertje uit hetzelfde nest. Een groter contrast was overigens nauwelijks mogelijk: haar broertje was kortharig en wit en wat groter van formaat, zij was klein en langharig. Vermoedelijk zat er nog wat bloed in van een Noorse boskat.
Toen we verhuisden naar onze huidige woning hielden we de beide katten enkele dagen binnen, maar op een gegeven ogenblik moesten ze ook aan de omgeving gewend raken en gingen ze naar buiten. De witte poes liep een rondje om het huis, en verdween toen spoorloos. Hem roepen had geen zin, want hij was doof. Dat zal bijgedragen hebben aan de desoriëntatie. Een jaar later ongeveer zag Aly hem bij de Herberg van Es in Roderesch, zo’n twee kilometer verderop. Na een tijd van rondzwerven was hij daar nogal vermagerd aangekomen, maar liefdevol opgevangen door de familie die het restaurant beheert. Hij heeft daar nog een mooie tijd gehad, verwend met van de tafels overgebleven stukjes vlees.

Tom, de grijze poes, bleef alleen achter. En werd steeds ouder. Zo lang hadden we een poes nog nooit gehouden: bijna 18 jaar. Maar het ging steeds moeizamer; ze liep voortdurend rondjes om het huis, zat bij de voordeur te miauwen omdat ze naar binnen wilde en liep meteen door naar de achterdeur omdat ze weer naar buiten wilde. We voelden ons soms net een portier… Ook hield ze zichzelf niet meer schoon, kreeg klachten met de spijsvertering, begon te ruiken en kon eigenlijk niet meer binnen zijn. Dus hebben we de knoop maar doorgehakt en contact opgenomen met de dierenarts; die was het meteen met ons eens dat we de poes en ook onszelf er geen plezier meer mee zouden doen om haar nog langer te laten leven.
Al een keer eerder had ik een van onze katten voor ‘het spuitje’ naar de dierenarts moeten brengen. Toen ik de rekening had betaald stond er onder: “Graag tot ziens”. “Dat komt goed uit”,  zei ik, “want we hebben nog een kat”. Deze keer stond er niets onder de rekening.
Het zal wel even wennen zijn; soms verbeelden we ons dat we de poes nog horen miauwen buiten omdat ze naar binnen wil.
En ’s avonds is het ook wat stil; het ritueel was dat ik bij een biertje samen met de poes wat pinda’s at . Zij wilde er altijd twee, maar wel ronde – halve pinda’s liet ze met een blik van protest liggen. Nu zal ik voortaan de pinda’s alleen moeten eten.
Tom was onze zevende kat. En, hebben we besloten, ook onze laatste. Zoals de dierenarts zei toen ik de praktijk verliet: “Het einde van een tijdperk”.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Dag mama

Aly is actief bij het Alzheimercafé in Roden, en in een provinciaal overleg was ze op het spoor gekomen van een bijzondere theatervoorstelling: ‘Dag mama’, bedacht en geschreven door ouderenpsycholoog drs. Sarah Blom en psycholoog en onderzoeker dr. David Blom. Ze werken samen met kinderpsycholoog en singer songwriter drs. Misha Blom en theatermaker-actrice Lydia van den Heuvel. Sarah schreef tevens de bestseller ‘Jij bent toch mijn dochter’, waarin ze naaste en professional meeneemt in de wereld van de mens met dementie en de vele mogelijkheden toont.
Deze avond, in Meppel gespeeld door deze bijzondere familie, gaf een indrukwekkende inkijk in de wereld van de dementie en hoe daarmee (niet) om te gaan. Het eerste uur van de avond lieten moeder Lydia als moeder met dementie en dochter Sarah als mantelzorger zien hoe het contact met een persoon met dementie verkeerd kan lopen, omdat niet de juiste signalen worden opgevangen. David speelt daarbij de rol van professioneel verzorgende, die juist wel op een goede manier reageert en zo contact weet te leggen.

We waren erbij – links in het midden van de foto

Na het indringende eerste deel, de theatervoorstelling, gingen Sarah en David nader in op wat we hadden gezien en hoe je het anders zou kunnen aanpakken dan de dochter in de voorstelling het deed. Dat gebeurde in een soort workshopvorm, met voorbeelden van veel voorstelbare situaties en handreikingen van hoe daarmee om te gaan. En niet van humor ontbloot. Teveel om hier allemaal te gaan benoemen.
De zaal, vol met vooral verzorgenden, maar ook mantelzorgers, luisterde ademloos en je hoorde zo nu en dan instemmende geluiden als een bekende situatie voorbij kwamen. In het boek ‘Jij bent toch mijn dochter’ worden veel van die situaties ook beschreven.
Een avond, die indruk maakte.
De meeste mensen komen op een of andere wijze in aanraking met een vorm van dementie, hetzij in zijn of haar relatie of familie, hetzij in de kring van familie, buren, vrienden of kennissen. Het zou goed zijn om deze voorstelling dan te hebben gezien.
De titel ‘Dag mama’ zette me naderhand nog wat aan het denken. Het kan een afscheid betekenen, maar ook een begroeting. Afscheid van iemand die niet meer is wie ze ooit was: allerlei functies vervagen en verdwijnen, zowel verstandelijk als geestelijk. Maar andere functies blijven, of komen juist pregnanter naar voren. En het komt erop aan om juist díe te begroeten en er gebruik van te maken in het contact. Beide kanten kwamen ruimschoots aan de orde.
Maar aan de dubbelheid van de titel zullen ze makers van de voorstelling zeker zelf ook gedacht hebben…
Meer over deze theatervoorstelling: https://oudwordenmetzorg.nl/dagmama/

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Heerlijk avondje

Het is 6 december en Sinterklaas is weer vertrokken naar Spanje. Hoewel wij het als gezin al in het vorige weekend hadden gevierd, blijft de pakjesavond op 5 december nog altijd een bijzondere avond; we keken daarom naar het feest dat voor Sinterklaas georganiseerd was op de televisie. Dieuwertje Blok presenteerde het, als afsluiting van de sinterklaasjournaals. Een bekende, ook voor de kleinkinderen. Zo bekend zelfs, dat een van hen op de autoradio haar stem herkende toen we Radio 4 aan hadden staan. “Dat is Dikkertje Dap”, zei ze. Die film had ze net gezien.. We moesten er even over nadenken: “je bedoelt Dieuwertje Blok?” “Ja,” zei ze, “die van het sinterklaasjournaal!”
Dit jaar hadden we een gezellig samenzijn met alleen pakjes voor de kleinkinderen. Natuurlijk voorzien van een gedicht. Er zijn nog twee kleine gelovigen in de familie, dat maakt het extra leuk en spannend. En het riep herinneringen op aan eerdere sinterklaasavonden.
In mijn jeugd vierden we het met een aantal gezinnen samen; nu waren we thuis al talrijk met zeven kinderen, en toen de vier van oom en tante daar nog bijkwamen werd het een forse groep. Het werd voortaan met het eigen gezin gevierd, maar ook dat was al een grote groep toen er aanhang kwam en later de kleinkinderen.
Wij besloten af te haken, omdat de groep wel heel groot was geworden. Zo’n 25 personen is een huiskamer boordevol. Er waren zoveel cadeautjes uit te pakken dat aan het eind van de avond soms drie mensen tegelijk aan het uitpakken waren om het niet nog later te laten worden. Aandacht voor de cadeautjes, met veel zorg uitgezocht, was op den duur minimaal.
We vierden het voortaan als gezin met oma, die alleen was, met surprises en gedichten. Gezellige avonden waren het altijd. En de voorpret met het maken van surprises was ook groot; plakband en scharen waren continue zoek.

Aandacht voor wat je krijgt en het begeleidende gedicht, waarop soms tijden is gezweet om het allemaal op rijm te krijgen – dat blijft de charme van het feest. Een mooie gelegenheid om de aardigheden, bijzonderheden en stommiteiten van het afgelopen jaar nog eens op rijm de revue te laten passeren.
Wat de cadeautjes betreft: mijn jongste broer kreeg, toen hij nog klein was, een houten trein. Elk wagonnetje was apart in een doosje verpakt. We hebben hem de rest van de avond niet meer gehoord; hij raakte niet uitgespeeld met de doosjes.
Dat op een gegeven moment de zak echt leeg is, is op jonge leeftijd soms moeilijk te verkroppen. Vorig jaar was de jongste kleindochter, Merle, ontroostbaar omdat er niet meer pakjes in de zak zaten. Ze had het persoonlijk gecontroleerd door helemaal in de zak te kruipen.
Van dit verdriet is toen bijgaand filmpje gemaakt. Klik maar op het plaatje.

Sinterklaas is weer vertrokken. Ik kan me al weer verheugen op zijn komst volgend jaar.
Al was het alleen al om die heerlijke pepernoten, maar daar schreef ik al eens over.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

De laatste van een generatie

Op 8 augustus overleed onze tante Rudy (voluit: Ruurdina van Beijeren Bergen en Henegouwen – de Boer). Ze werd 87 jaar oud en verbleef de laatste jaren in een zorgboerderij. In de dankdienst schetsten de kinderen en een kleinzoon haar leven en haalden herinneringen op aan een lieve moeder en oma.
Met haar overlijden is een markante generatie er niet meer; wij als neven en nichten staan nu in de voorste gelederen. Veel van de ooms en tantes bereikten een hoge leeftijd, het was over het algemeen een sterk geslacht. Een van de tantes merkte ooit op, dat het wel net zo zou gaan als met de bekende dominosteentjes: als er eentje omvalt gaan de anderen er snel achteraan. Dat is gebleken; de afgelopen jaren stonden we regelmatig aan een graf of bezochten we een crematorium. Vaak waren dat voor de familie niet echt dieptreurige bijeenkomsten, omdat teruggekeken kon worden op een mooie leeftijd, waarvan het staartje helaas niet altijd zo gelukkig was. Maar dat in het verleden bereikte leeftijden niet altijd een garantie zijn voor de toekomst blijkt wel uit het feit, dat ook van onze eigen generatie er al 7 zijn overleden.
Ooit stelde onze oudste tante, tante Titia, ter gelegenheid van het 50-jarig huwelijksjubileum van onze grootouders (1964), een album samen met foto’s en kaarten van de 12 kinderen door de loop der jaren. Toen zij al een hoge leeftijd had bereikt gaf ze mij het album mee met de opmerking: “Nu moet jij het album maar compleet maken met de overlijdensberichten van wie nu nog in leven zijn…”
Daar zal ik binnenkort maar eens mee aan de slag. Overigens kun je het album dat zij had samengesteld ook vinden op de website: http://www.familievanbeijeren.nl/index.php/fotoboek-1964

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

MP (2)

Vorig jaar schreef ik op dit blog over mijn eigen ervaringen met het beluisteren en zingen van de Matthäus Passion van J.S. Bach. Deze keer een iets andere invalshoek: hoe er in het publiek gereageerd kan worden en wat dat met de uitvoerenden doet. Jasper Schweppe, bas bij het Holland Bach Choir o.l.v. Pieter Jan Leusink, schreef daarover op Facebook een ontroerend verhaal, dat ik hieronder laat volgen. Het gaat over wat muziek met een dementerende persoon kan doen.
Nu weten we uit experimenten en wetenschappelijke onderzoeken, dat muziek een prachtig middel is om mensen te bereiken, ook als op andere manieren contact niet of nauwelijks meer mogelijk is. In zorginstellingen wordt hier en daar gewerkt met IPods met de eigen favoriete muziek van de bewoners; via een koptelefoon kunnen ze rustig genieten van hun geliefde muziek. Dat heb ik trouwens in mijn eigen werk- en privésfeer ook wel anders meegemaakt. Soms kwam je op een woonkamer in een verpleeghuis midden in het lawaai van Radio 538 of 3FM terecht, omdat de verpleging en verzorgenden dat mooi vonden; de bewoners werden er niet zichtbaar door geraakt.
Maar als met behulp van familie en bekenden de muziek kan worden geselecteerd die een bewoner mooi vindt, kan dat allerlei mooie zaken tot gevolg hebben. In een documentaire liet men zien, hoe inmiddels zeer zwijgzame mensen ineens allerlei verhalen begonnen te vertellen, al luisterend naar hun muziek.
Het blijkt dat de muziek, die mensen horen in de eerste 25 jaar van hun leven, diep in het geheugen verankerd ligt en gepaard gaat met veel herinneringen. Muziek roept herinneringen op waarvan je dacht: die is die persoon voorgoed kwijt. Als het je lukt om de juiste toon (!) te vinden, voegt muziek iets moois toe aan de kwaliteit van haar of zijn leven. Lang verborgen gewaande herinneringen komen ineens weer aan de oppervlakte. Erik Scherder, een neuropsycholoog die zich verdiept heeft in de invloed van muziek op het brein, vertelt dat het ‘muzikale geheugen’ ligt in dat gebied van de hersenen, dat door Alzheimer als laatste wordt aangetast. Muziek waarvan je gehouden hebt opent de deur naar die dieperliggende geheugensystemen. Het betekent voor de mensen dat ze eindelijk weer eens wat geluk krijgen. “Muziek brengt mensen weer tot leven; dat raakt je hart als je het ziet.”
Daarover schreef ook Jasper Schweppe; met zijn toestemming neem ik zijn verhaal van 16 maart over:

Plotseling was daar vanmiddag in Leiden de meest ontroerende en meest menselijke Matthäus die ik ooit gezongen heb.

Links vooraan zaten 2 zoons van rond de 60 met hun hoogbejaarde moeder.
Het mensje was volledig teruggetrokken in de Alzheimer en leek zich volkomen onbewust van haar omgeving. De zoons wisten wat ze deden en wilden hun moeder misschien wel voor het laatst de Matthäus laten meemaken. Bij het horen van de koren, aria’s en choralen leefde ze van herkenning helemaal op. Aus Liebe probeerde ze zelfs mee te zingen en ze werd met zachte hand door haar zoons gesust. Beide zoons hielden hun moeder in bedwang en zij wreef zacht over de handen van haar zoons. Dit zijn de mensen waar we het voor doen. Bij Mache dich zat ik zelf van begin tot het eind in tranen. De tour is nog maar aan het begin, maar ik ben trots en gelukkig dat ik deel kan nemen aan deze meest menselijke Matthäus…

Mocht ik ooit getroffen worden door dementie, dan hoop ik dat onze kinderen me ooit nog eens meenemen naar een uitvoering van de Matthäus Passion; de rest van het jaar mogen ze me wel een koptelefoon opzetten en een greep doen uit onze CD-verzameling.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen