IM Tom

Tom? Wie is dat nu weer?
Wel – Tom was onze poes. Haar naam had ze nog niet zo lang; toen ze enkele jaren geleden naar de dierenarts moest voor wat injecties moest er een naam opgegeven worden. “Doe maar Tom”, zei ik, wat de assistente zonder blikken of blozen invulde.
Toen een van onze kleindochters het hoorde, vond ze het maar stom. Tom Poes? Of Tompouce?  “Het is trouwens een vrouwtje, opa!” Mijn enige verweer was, dat ze toch nooit luisterde, behalve als je haar riep voor wat blikvoer ’s avonds – en dan luisterde ze overal wel naar.
We kregen haar in 2002, samen met een broertje uit hetzelfde nest. Een groter contrast was overigens nauwelijks mogelijk: haar broertje was kortharig en wit en wat groter van formaat, zij was klein en langharig. Vermoedelijk zat er nog wat bloed in van een Noorse boskat.
Toen we verhuisden naar onze huidige woning hielden we de beide katten enkele dagen binnen, maar op een gegeven ogenblik moesten ze ook aan de omgeving gewend raken en gingen ze naar buiten. De witte poes liep een rondje om het huis, en verdween toen spoorloos. Hem roepen had geen zin, want hij was doof. Dat zal bijgedragen hebben aan de desoriëntatie. Een jaar later ongeveer zag Aly hem bij de Herberg van Es in Roderesch, zo’n twee kilometer verderop. Na een tijd van rondzwerven was hij daar nogal vermagerd aangekomen, maar liefdevol opgevangen door de familie die het restaurant beheert. Hij heeft daar nog een mooie tijd gehad, verwend met van de tafels overgebleven stukjes vlees.

Tom, de grijze poes, bleef alleen achter. En werd steeds ouder. Zo lang hadden we een poes nog nooit gehouden: bijna 18 jaar. Maar het ging steeds moeizamer; ze liep voortdurend rondjes om het huis, zat bij de voordeur te miauwen omdat ze naar binnen wilde en liep meteen door naar de achterdeur omdat ze weer naar buiten wilde. We voelden ons soms net een portier… Ook hield ze zichzelf niet meer schoon, kreeg klachten met de spijsvertering, begon te ruiken en kon eigenlijk niet meer binnen zijn. Dus hebben we de knoop maar doorgehakt en contact opgenomen met de dierenarts; die was het meteen met ons eens dat we de poes en ook onszelf er geen plezier meer mee zouden doen om haar nog langer te laten leven.
Al een keer eerder had ik een van onze katten voor ‘het spuitje’ naar de dierenarts moeten brengen. Toen ik de rekening had betaald stond er onder: “Graag tot ziens”. “Dat komt goed uit”,  zei ik, “want we hebben nog een kat”. Deze keer stond er niets onder de rekening.
Het zal wel even wennen zijn; soms verbeelden we ons dat we de poes nog horen miauwen buiten omdat ze naar binnen wil.
En ’s avonds is het ook wat stil; het ritueel was dat ik bij een biertje samen met de poes wat pinda’s at . Zij wilde er altijd twee, maar wel ronde – halve pinda’s liet ze met een blik van protest liggen. Nu zal ik voortaan de pinda’s alleen moeten eten.
Tom was onze zevende kat. En, hebben we besloten, ook onze laatste. Zoals de dierenarts zei toen ik de praktijk verliet: “Het einde van een tijdperk”.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.