Vreemde vogel

In de herfsttijd zien we veel vogels in onze voortuin. Merels die de laatste druiven wegpikken, mussen die zich te goed doen aan de bessen van de vuurdoorn, soms een paartje scholeksters die veel lawaai maken, of een ekster en verder allerlei andere vogels, waarvan ik het merk niet ken.
Maar vorige week dook er een vogel op in de tuin die we daar nog nooit hadden gezien: een parkiet. Een overbuurvrouw had hem vanuit haar keuken zien zitten en de overbuurman kwam hem eens van dichterbij bekijken. Hij stond in onze tuin het beestje te bewonderen en ik ging maar eens naar buiten om te horen wat er zo bijzonder was aan onze allang uitgebloeide clematis.

Klik op de foto voor een groter beeld

Samen stonden we te kijken en te overleggen wat er met dat beestje moest gebeuren; het was vast ergens ontsnapt. “Heb jij toevallig een schepnet?”, vroeg de buurman. Nee, dat had ik toevallig niet. Ik houd niet zo van vissen… Tja, hoe vang je zo’n vogel dan?
Er viel me een helder idee in: “Zal ik de dierenambulance eens bellen om te vragen wat we kunnen doen?” Dat leek ook hem een goed idee. De parkiet bleef intussen heel rustig zitten rondkijken. Hij was blijkbaar mensen gewend, want hij maakte geen aanstalten om weg te vliegen.
De vriendelijke mevrouw van de dierenambulance in Assen (de dichtstbijzijnde locatie) wist het ook niet zo goed. “Nee, voor een vogel rijden we niet uit…” Dat kon ik me voorstellen; voordat ze in Roden zouden zijn zou de parkiet vast verdwenen zijn.
“Hebt u wat vogelzaad in huis?”, vroeg ze. Nee, dat hadden we niet. Wel kattenbrokjes, maar daar zou de parkiet wel niet op afkomen. “Oh, anders had u hem naar binnen kunnen lokken”, was haar plannetje. Dat leek me niks; we hebben wel eens vogels in het rookkanaal van de open haard gehad die we in de kamer probeerden te vangen, maar dat levert een hoop rommel op. “Misschien vliegt hij wel weer naar zijn huis”, was haar laatste tip.
Tien minuten later, toen ik nog eens ging kijken, was hij inderdaad verdwenen. Hopelijk naar huis…

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

MP

Voor sommigen is MP de afkorting van Militaire Politie; voor muziekliefhebbers staan de letters MP voor Mattheüs Passion. In deze tijd van het jaar weer een hype. Voor mij is het een traditie om zo mogelijk een uitvoering ‘live’ bij te wonen, maar ook de verschillende uitvoeringen op CD geven me het gevoel dat voor mij bij deze tijd past.
Dat is overigens al vele jaren zo. In mijn tienertijd bezocht ik al de uitvoeringen in de Grote Kerk te Leeuwarden; ik herinner me ervan dat ik zat te wachten op de koorwerken en koralen; de aria’s duurden me veel te lang en werden dan ook nog voor een deel herhaald…
Uit die tijd herinner ik me nog, dat verteld werd dat de bas die elk jaar de Christus-partij zong, door de orkestleden oneerbiedig “Jaap-Jezus” werd genoemd.
In Drachten maakten we ooit ook een uitvoering van de Mattheüs Passion mee. We zaten in de kerk op de galerij en hadden zo een goed overzicht over koor en orkest. Wie de dirigent was herinner ik me niet meer, maar tijdens een aria was hij totaal de weg kwijt in de partituur. Tijdens het dirigeren bladerde hij tijdenlang in de partituur om de juiste pagina weer terug te vinden.
De aria’s ben ik in de loop van de jaren steeds meer gaan waarderen en vind ik nu de hoogtepunten van het werk. Hoewel: wat zijn hoogtepunten in de Matteüs Passion? Eigenlijk bestaat het werk uit louter hoogtepunten. Ook de evangelist, die een groot aandeel heeft, vertolkt een prachtige partij. Sterker nog: de uitvoering staat of valt ermee hoe de tenor deze gedeelten brengt. Indrukwekkend waren de uitvoeringen in de Nieuwe Kerk te Groningen, waar de evangelist vanaf de kansel het Bijbelverhaal zingend vertelde; grotendeels uit het hoofd, leesbril in de hand.
In ons gezin is inmiddels de uitvoering van de Mattheüs Passion een duidelijke plek in gaan nemen. Geert-Jan dirigeert het werk vrijwel jaarlijks en Gerard en Sippie zingen het o.l.v. Pieter-Jan Leusink jaarlijks meer dan dertig maal in heel het land en vele malen in het Concertgebouw. Zo vaak – dat lijkt me op zichzelf al een lijdensweg, maar ze doen het met veel toewijding en genieten er toch elke keer ook zelf weer van. Ik kan me er iets bij voorstellen; ooit heb ik zelf een uitvoering mogen meezingen en dat is toch een heel andere beleving dan als luisteraar het drama meemaken.
Meestal maken we een uitvoering in de omgeving mee, een enkele keer kiezen we voor een andere locatie. Zo maakten we een Naardense MP mee o.l.v. Gustav Leonhardt. We zaten in het koor en keken de koor-en orkestleden op de rug – maar de dirigent zagen we heel mooi zijn aanwijzingen geven. Bijzonder was toen ook, dat de dirigent absoluut geen applaus wenste. Toen hij met de solisten de kerk verliet en er toch wat mensen begonnen te klappen, maakte hij met een driftig gebaar duidelijk dat hij daar niet van gediend was.
Heel anders ging het toe in een uitvoering die we eens meemaakten in het Concertgebouw, onder leiding van Ton Koopman. Een prachtige uitvoering, maar heel storend was, dat na elke aria het publiek applaudisseerde. Alsof ze een opera bijwoonden… En elke keer draaide Ton Koopman zich om en maakte een buiginkje.
Vorig jaar waren we weer in Naarden, op een wel heel bijzondere dag. Mijn moeder was de dag ervoor overleden en we hadden net als familie de uitvaart doorgesproken, voordat we naar Naarden vertrokken. De kaartjes hadden we als cadeau aangeboden gekregen van de gemeente bij het afscheid van mijn actieve loopbaan. Als je zelf midden in zo’n proces zit, spreken zaken nog sterker aan dan anders.
Voorafgaande aan de uitvoering aten we ergens in Naarden. Het is opmerkelijk, hoe ook de middenstand op dit fenomeen is afgericht. Het eten wordt snel geserveerd, zodat je in ieder geval op tijd in de kerk kunt zijn. De vorige keer waren we, omdat we wat laat waren en alles al vol zat, terecht gekomen bij de Naardense Chinees – die tot onze verbazing een “Mattheüs-menu” presenteerde. Dat overigens niet uit andere gerechten bestond dan de gebruikelijke Tjap Tjoy  en Babi Pangang en zo…
Dit jaar waren we in Groningen in de Oosterpoort. Het was een mooie, indrukwekkende uitvoering. De dag erna ging het overigens wel wat anders. Tijdens een koraal in het eerste deel viel te stroom uit in Appingedam. Omdat het absoluut niet duidelijk was wanneer de storing verholpen zou zijn, werd besloten om het publiek naar voren te roepen om met het licht van hun mobieltjes het koor en orkest bij te lichten, zodat het slotkoor gezongen kon worden. Toen na een pauze alsnog de stroomvoorziening weer in orde was, werd de uitvoering voortgezet met een ingekorte versie.
Klik hier voor een verhaal over de stroomstoring tijdens de MP te Appingedam

Hoewel het door sommige bezoekers werd gekenschetst als een ‘bijzondere beleving’, waren we toch blij dat we de avond ervoor de volledige versie hadden mogen horen.,

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Afscheid in/van 2017

Het was me het jaartje wel in de familie van BB&H. Vijf keer moest er afscheid worden genomen van een familielid. Alhoewel de laatste keer niet de meest verdrietige was: we deden op de valreep van de jaarwisseling een oom uitgeleide die heel positief in het leven stond, helemaal vrede had met het feit dat het ten einde liep en omringd door de kinderen dankbaar heenging. “Het was goed, zo”, vond hij zelf en ook de kinderen konden hem in vrede laten gaan. Hij werd 91 jaar oud, een wel heel erg mooie leeftijd. “Niet bepaald in de wieg gestikt”, zoals onze opa Kraak gezegd zou hebben…
We kwamen bij elkaar in het Westen van het land, waar de afscheidsdienst zou plaatsvinden.  De begraafplaats was midden in een prachtig duingebied gelegen, maar de aula was zwaar gedateerd. Muren van wit marmer, grijs dooraderd. Voor het podium een blauw gordijn, waarachter zich van alles afspeelde wat voor ons wel te horen maar niet te zien was. Tegen een muur een hoge palmachtige plant, waarvan de bladeren in diepe treur strak naar beneden hingen. “Geheel in stijl”,  fluisterde de neef naast mij. 
Langzaam ging het gordijn open, alsof er een voorstelling ging beginnen. De dienst was overigens mooi en passend bij de oom van wie we afscheid namen. De herinneringen door een kleinzoon en de kinderen waren treffend, herkenbaar voor iedereen en niet van humor ontbloot. Ook dat paste trouwens uitstekend bij de oom. De zoon liet een kartonnen bord zien met de tekst “Welkom thuis”, dat ooit dienst gedaan had toen de oom uit Ned. Indië terug was gekomen. Hij legde het vervolgens op de kist en het zou mee het graf ingaan. Een treffend gebaar: welkom thuis.
Na de dienst liepen we naar het graf, waar de predikant de plechtigheid afsloot. Een ontroerend moment was toen een neef uit een andere tak van de familie, in het bezit van een echte ramshoorn, ‘de sjofar blies’: het teken waarvan de bijbel vertelt dat het de messiaanse tijd zou aankondigen. Daarna mochten de achterkleinkinderen bloemen in het graf gooien en vertelde de oudste zoon aan de achterkleinkinderen dat ze allemaal een schep zand in het graf mochten werpen als teken dat we opa echt gingen begraven. Hijzelf deed het voor, met de woorden: “Jullie weten dat opa erg hield van het strand…”; toen het zand met een duidelijk hoorbare plof op de kist terecht kwam, voegde hij eraan toe: “En opa hield van een hoop lawaai.” De kinderen kweten zich enthousiast van hun taak, waarna we een laatste groet brachten en weer naar de aula gingen. Daar kregen we koffie en spraken we wat met de neven en nichten, totdat ons te kennen werd gegeven dat degenen die van ver waren gekomen uitgenodigd werden om naar een restaurant mee te gaan voor een familiebijeenkomst als afsluiting van de dag.  Intussen kwamen de koffiejuffrouwen al met bezems aan, zodat we de indruk kregen dat we de zaal uitgeveegd zouden worden…
De bijeenkomst in het restaurant was ronduit gezellig, zoals dat eigenlijk altijd zo is wanneer we afscheid hebben genomen van een oude oom of tante. We brachten een toost uit op de oom en op het leven. De neven en nichten ontmoetten elkaar weer en praatten bij; herinneringen werden opgehaald aan de oom van wie we afscheid hadden genomen. En we maakten kennis met een aantal van de kinderen van onze neven en nichten in het Westen, die we verder nooit treffen. Eén minpuntje kan ik slechts noteren: een nichtje vond dat ik steeds meer op onze opa ging lijken. Een half jaar geleden zei een vriend van mijn vader nog dat ik zo op mijn vader leek, maar nu waren we toch al een generatie verder terug. “Nou ja, verder ben ik gelukkig goed gezond”, mompelde ik maar.
Toen we weer naar huis terug reden, zeiden we tegen elkaar: “het was een vrolijke begrafenis.” En dat kun je bepaald niet altijd zeggen.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Veertig jaar in het ambt

Vandaag is het precies veertig jaar geleden dat ik, op 18 december 1977, in het ambt van predikant werd bevestigd in een feestelijke dienst in Wijhe. Vanaf dat moment was ik in dienst van “de Grote Baas”, zoals ik het wel eens placht te noemen. Een prima werkgever, bij wie ik het uitstekend heb uitgehouden – de eerste 38 1/2 jaar in actieve dienst en nu in iets minder actieve dienst. Sinds mijn pensionering ga ik zo nu en dan voor in een dienst en ben ik van tijd tot tijd op stap in het kader van buitengewone visitaties (als er gedonder is in een gemeente, zeg maar, in de hoop daar enige rust te brengen of een (soms) drastische oplossing). Ik kijk terug op 40 mooie jaren, met werk waaraan ik altijd veel plezier heb beleefd. Alhoewel het, om maar eens een oude collega te citeren, het “een mooi ambt is, maar soms een hondenbaan”;  op de meest onmogelijke momenten kon de telefoon gaan en moest je op weg naar een sterfhuis of een crisissituatie. En in het begin van mijn loopbaan legde het maken van twee preken voor een zondag een behoorlijke druk op de week en het weekend. Vrije dagen schoten er nogal eens bij in en ik ging soms zelfs ’s nachts mijn bed nog wel eens uit om een inval voor de preek te noteren – tot Aly mij dat terecht verbood.
In die veertig jaren is het werk behoorlijk van kleur en accent verschoven. De terugloop in het kerkelijk leven en de rol van de kerk in de samenleving en in het leven van mensen droeg daar uiteraard aan mee. Wat vroeger vanzelfsprekend was, is dat nu bepaald niet meer. Ik benijd mijn huidige collega’s dan ook niet. Er wordt van hen veel uithoudingsvermogen, creativiteit en plooibaarheid verwacht om het in dit vak vol te kunnen houden.
Gelukkig mocht ik gezond blijven. Nooit een burn out en maar een enkele keer een paar weken ziek. Goede relaties met kerkenraden en collega’s. Kortom: goede jaren om op terug te kijken.
Zelf ben ik niet zo datum-vast, maar Aly is het uiteraard niet ontgaan dat het vandaag ‘de dag’ was. Vanmorgen hing mijn toga in de kamer en was er een speciale afdeling in de boekenkast ingericht, zoals op de foto is te bewonderen. We hebben het gepast gevierd en knopen er nog een uitje aan vast om samen te genieten van deze mijlpaal.

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Herdenken

In deze tijd van het jaar wordt er op vele momenten herdacht. Na Allerzielen, in de Rooms Katholieke traditie hèt moment om de overledenen te gedenken, hun namen nog een keer te noemen en een lichtje voor hen aan te steken, volgt in de Protestantse traditie de zgn. Eeuwigheidszondag, de laatste zondag van het kerkelijk jaar, voordat de periode van Advent aanbreekt. Een soort Oudejaarsdag in de kerk, waarop degenen die ons in het afgelopen jaar zijn ontvallen, nog eenmaal worden genoemd.  Vele jaren ben ik actief betrokken geweest bij de voorbereidingen van die dienst. Het was elke keer weer spitsroeden lopen: het vergelijken van onze eigen gegevens over de uitvaarten die we begeleid hadden met de gegevens van de ledenadministratie – zien we niemand over het hoofd? De controle van de gegevens: is de naam correct, kloppen gegevens over leeftijd en sterfdatum? Naar welk contactadres moet de uitnodiging aan de familie? Zijn er voldoende kaarsen? Is de bloemschikking geregeld? Wil de familie zelf de kaars aansteken? En toen we nog in twee kerken op hetzelfde moment de namen noemden: zit de familie in de juiste kerk, waar ze zelf de kaars konden aansteken? Kloppen de lijsten voor beide kerken, is de volgorde van de namen goed?
Het ging een enkele keer toch wel eens mis, ondanks alle zorgvuldige voorbereidingen. Dan zat er een familie, ondanks alle afspraken, plotseling toch in het andere kerkgebouw, of bleek de familie op het laatste moment besloten te hebben om zelf de kaars aan te steken. Op het laatste moment moest er nog wat aangepast worden.

Dit jaar hebben we zelf als familie te maken met het gedenken van onze moeder en broer. We zullen ons zondag a.s. moeten opsplitsen, omdat het in verschillende plaatsen gebeurt. Afgelopen maandag was er al een herdenkingsmoment in het huis waar onze moeder de laatste jaren gewoond heeft en waar ze ook is overleden. Een delegatie van de familie was daar aanwezig. En werd geconfronteerd met wat er allemaal mis kan gaan. Na binnenkomst kregen we een ‘programma’ voor het gedenken. Moeder stond in de lijst vermeld, maar met een niet juist vermelde achternaam. Bovendien was haar officiële naam ‘Jannetje’ gebruikt, terwijl ze zelf liever Janny werd genoemd – zo hebben we dat ook gedaan op de rouwkaart en in de afscheidsdienst. Dan haar leeftijd: volgens het papier was ze 98 jaar oud geworden; in dat geval zou ze nog 12 jaar tegoed hebben gehad, want het moest 86 zijn, meenden wij toch zeker te weten. Als klap op de vuurpijl stond er, dat ze op 10 april was overleden, maar dat moest volgens ons toch echt 11 april zijn. Gelukkig zagen we al die vergissingen op tijd, zodat het alsnog geregeld kon worden dat er correcties werden aangebracht.
Toen was het moment daar dat er door een van de zussen een roos in de vaas gezet kon worden en door een van de medewerkers een lichtje kon worden aangestoken. Even aarzelde de dame die de namen voorlas, en toen kwam het eruit: Jannetje van Beijeren…. etc. De achternaam, sterfdatum en leeftijd waren nu juist. Maar de voornaam, waar ze toch al niet zo op gesteld was werd, in plaats van in de ‘oud-hollandse’  versie als vrouwelijke vorm van ‘Jan’, op z’n Frans uitgesproken (Sjanette, zeg maar). Dat riep bij ons een gevoel van vervreemding op. Het had van haar zelf ongetwijfeld gewoon ‘Janny’ mogen zijn.
Gelukkig konden we er een beetje om glimlachen, we zijn niet van die mensen die meteen boos naar de organisatie stappen. Maar we verbaasden ons wel over de onzorgvuldigheid en knulligheid in het hele gebeuren. Dat er aan het eind van de namenlijst ook nog een lichtje tekort bleek te zijn – daar zullen we het maar niet eens meer over hebben.
Hopelijk gaat het in de diensten op zondag a.s. beter.

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Gastblog Sippie

Artikel AD 8 nov 2017

Onze schoondochter Sippie (partner van Gerard) werd gevraagd een stukje te schrijven voor het AD over klassieke muziek (“Ontdek klassieke concerten”). Van haar mooie artikel werd slechts een klein gedeelte geplaatst. Maar omdat ik het een goed verhaal vond, heb ik haar gevraagd of ik het als ‘gastblog’ mocht plaatsen. En dat mocht! Dus hieronder haar verhaal. Met mijn dank natuurlijk.

Ik loop vanuit de stad met mijn partner naar huis. “Ik moet nog even een stukje schrijven” zeg ik. “Over vooroordelen over klassieke muziek.” “Klassieke muziek duurt heel lang” zegt hij. Ik vraag hem of hij dat een vooroordeel vindt. “Nee, dat is gewoon zo”. We barsten allebei in lachen uit. Ik moet zeggen; soms is het ook wel zo. De Matthäus is best een zit maar, zo zijn we ook beide eens, als we ons laten meeslepen door de muziek worden we echt gegrepen. Ook de 31e keer.

Sippie Broersma

Ik herinner me een moment dat we met zijn tweeën in de auto zitten naar een concert in Rotterdam. Op de radio draait het Brahms Requiem. We brullen luidkeels mee. “Hölle, wo ist dein Sieg!!!” Bij beide lopen de tranen over de wangen. Hoe kan iemand zulke mooie muziek schrijven en hoe kan iemand dit niet mooi vinden? Ik zou iedereen willen overtuigen van de schoonheid van klassieke muziek. Ik weet zeker dat er voor iedereen iets bij is. Behalve voor die 1 procent die überhaupt niet van muziek houdt. Ik maak vaak de vergelijking met de popmuziek. De een houdt van Justin Bieber, de ander van Hazes, weer een ander van Metallica. Zo is het in de klassieke muziek ook, de een houdt van Bach, de ander van Vivaldi en weer een ander luistert het liefst naar Rachmaninov. Sommige stukken vindt bijna iedereen mooi. Bohemian Rhapsody van Queen of Back to Black van Amy Winehouse, omdat het gewoon simpelweg zo goed is. Een paar jaar geleden had een koffiemerk een prachtig muziekje op de achtergrond. Twitter barst los: “wooooow, wat is dat voor muziek?” Ja, Mozart pianoconcert dus. Oók altijd leuk aan de bar: “Die muziek van de film Amadeus, ken je dat? Zo mooi vind ik dat!” Mozart Requiem. Niet zo heel lang.

Erbarme dich uit de Matthäus Passion (van Bach dus). Ik hoorde het voor het eerst toen ik 7 was, in een totaal ‘onverantwoorde’ versie van Thijs van Leer op de dwarsfluit en het ging me door merg en been. Het Erbarme dich is de zit alleen al waard. De eerste persoon die dat niet mooi vindt moet ik nog ontmoeten.

Weer de vergelijking met een popconcert. Je komt binnen en ze spelen een te gek nummer. Daarna spelen ze een paar nummers van hun nieuwe CD, die je nog niet zo goed kent en eigenlijk ook niet zo leuk vindt, maar dan komt het nummer wat je altijd zo raakt, waarom je in eerste instantie dat kaartje hebt gekocht. Kippenvel.

Christelijk? Om nog even terug te komen op de vooroordelen. Ik ben niet gelovig, maar als je probeert de universele waarden in de teksten te vinden, zijn het de meest prachtige verhalen. Liefde, verdriet, verraad, woede, pijn, verlies, schoonheid, natuur, het zit er allemaal in. Vooral Bach, die zijn muziek op Duitse teksten zette, zodat het publiek het kon meebeleven, is hier een meester in, want je zal maar de moeder van Breivik zijn, of van Judas. Je zal maar tot de realisatie komen dat je je beste vriend tot drie keer toe ontkend hebt: “nee hoor, Jezus, die ken ik niet”.

Mijn vrienden uit de kroeg vragen me vaak: “maar het is in de kerk, moeten we dan niet gelovig zijn?” of “moeten we dan ook bidden?”
Nee!
Je hoeft niet gelovig te zijn, te bidden, slim te zijn, niet oud, niet rijk, op GroenLinks te stemmen, je hoeft geen bontjas aan en als je nou niet weet waar je moet klappen: bij de Matthäus klap je voor de zekerheid niet en verder klap je wat mij betreft maar lekker waar je zelf wilt, en zit er iemand in een bontjas naast je te puffen en te zuchten dat je nu net op het verkeerde moment geklapt hebt dan denk je aan mij, ik sta bij Leusink in het koor en ik ben blij dat je er bent!

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

DNA en Einstein

Vorige week stonden in dezelfde krant (ons vertrouwde ochtendblad Trouw) twee berichten die bij mij bleven hangen. Het eerste was een verhaal over een nieuwe stap in het onderzoek om genetische ziekten te bestrijden door een lettertje te veranderen in het DNA. Waar een G staat in plaats van een A kunnen de wetenschappers nu de zaak repareren door het verkeerde lettertje uit te gummen en er het juiste voor in de plaats te zetten.
Ik ben vol bewondering voor mensen die zulke zaken kunnen uitzoeken en vervolgens de reparatie kunnen uitvoeren. Alhoewel het je ook aan het denken zet: als het over erfelijke ziektes gaat, dan is het prachtig als mensen voor veel narigheid behoed kunnen worden met een dergelijke reparatie in hun DNA. Maar waar liggen de grenzen als je gaat knutselen aan de erfelijke aanleg? Moet je ook gaan corrigeren – als dat mogelijk zou zijn, wat ik niet uitsluit voor  de toekomst) als het gaat om bijvoorbeeld een aanleg voor neerslachtigheid, of een gebrek aan technische aanleg, of verzin maar wat? En wat te denken van het stadium waarin men ‘domheid’ te lijf kan gaan met een kleine verandering in het DNA? Zouden er over een aantal jaren alleen nog maar heel intelligente mensen zijn, goudeerlijk, uiterst bereidwillig en invoelend, of wat we maar aan goede eigenschappen kunnen bedenken? Dat schetst een ideaalbeeld dat ongetwijfeld voordelen zou kunnen hebben (bijvoorbeeld wanneer men de aanleg om oorlogszuchtig te zijn of agressief onder de knie zou krijgen), maar tegelijk doemt het visioen op van een wereld met alleen maar rondwandelende eenheidsworstjes.

Het andere bericht ging over een paar notitievelletjes van Einstein. Een heel gewone tekst als : “Waar een wil is, is ook een weg” (dat velletje kost ‘maar’ 250.000 dollar…), maar ook diepzinniger gedachten, zoals:  “Een kalm, bescheiden leven verschaft meer geluk dan een succesvol bestaan vol ambitie, dat gepaard gaat met aanhoudende onrust.”  (De notitie van deze gedachte leverde anderhalf miljoen op).
Deze twee notitievelletjes gaf hij aan een hotelbediende, omdat hij even geen kleingeld bij zich had, met de opmerking: “Als je geluk hebt, worden deze nog veel meer waard dan een gewone fooi.” Zo ging het inderdaad, al is het niet zo dat de hotelbediende zelf dit bedrag ooit ontvangen heeft.

Beide berichten kwamen samen in de herinnering aan een anekdote die ik eens gehoord heb over Einstein. Een knappe filmster zei ooit tegen hem: “Wat zou het geweldig zijn als u en ik een kind zouden krijgen. Stel u voor: uw verstand en mijn uiterlijk!” Waarop Einstein reageerde: “Lieve mevrouw, hebt u er wel over nagedacht dat het ook andersom zou kunnen uitpakken?”

DNA laat zich misschien een beetje repareren, maar wanneer in een kind twee versies zich met elkaar vermengen, weet je nooit van te voren hoe dat gaat uitpakken…

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Leraren

Gister staakten de leraren van het basisonderwijs. Met recht, naar mijn mening. Hun eisen zijn voluit gerechtvaardigd!
In de uitzending van Pauw op de avond aan de staking voorafgaand, hield Dolf Jansen een vurig pleidooi voor de leraren en presentator Tim den Besten werd geconfronteerd met een juf van zijn basisschool waaraan hij dierbare herinneringen bewaarde. Het werd een hilarische ontmoeting. Terug te zien op YouTube als je zoekt op Tim den Besten en juf Monica.
Het deed mij terugdenken aan al die leraren die mij in mijn jeugd en daarna hebben gevormd en met wie ik terugdenk met respect en dankbaarheid. Hoewel dat ook weer niet voor elke meester of juf geldt. Zo kwam ik in de eerste klas van de lagere school (van groepen en basisscholen hadden we toen nog nooit gehoord) terecht bij juf Tinga, wie wie mijn vader overigens ook nog in de klas had gezeten. Een juf van het “oude stempel”, of liever: het oude liniaaltje. Als je iets had gedaan wat bij haar niet door de beugel kon, mocht je je hand ophouden en kreeg je een mep op de binnenkant van je hand met een liniaaltje, zo’n vierkant gevormd ding (blokliniaaltje) dat behoorlijk hard aankwam. Maar gelukkig waren er ook andere juffen en meesters aan wie ik uitstekende herinneringen bewaar. Bijvoorbeeld meester Algra, die het zingen in de klas begeleidde op zijn gitaar. Elke keer weer een feestje! En meester Bergstra, die elke schooldag beëindigde met een deel van een door hemzelf verzonnen vervolgverhaal over de Boerenoorlog in Zuid Afrika. Heel spannend.
Op het gymnasium waren er ook favoriete leraren, zoals meneer Balt die prachtige anekdotes kon vertellen over zijn eigen school- en diensttijd. Waar hij zelf overigens het hardst om moest lachen. En meneer Geersing, docent oude talen, die bekend stond om zijn rake en heel humoristische uitspraken. Een verzameling daarvan (aangelegd tijdens de lessen door mijn neef Jurjen Postma) heb ik maar even in een aparte afdeling geplaatst. Voor de liefhebbers. Ook meneer Tiggelaar was een man van wie ik veel geleerd heb. Hij gaf wiskunde, niet mijn meest geliefde vak, maar hij leerde ons tegelijk om heel nauwkeurig te formuleren en om logisch na te denken. Daar heb ik altijd veel aan gehad. Als hij jarig was, trakteerde hij ons op zijn favoriete snoepgoed: rumbonen. Met de waarschuwing: “Daar moet je niet teveel van tegelijk eten; hoewel: elke dag dronken is ook een regelmatig leven natuurlijk”…
Ook tijdens de studie Theologie waren er (hoog)leraren die je iets meegaven waar je altijd wat aan hebt gehad. Professoren als Rothuizen met zijn geniale invallen, Bakker (“geloven kan alleen maar vragenderwijs; het komt niet aan op de juiste antwoorden, maar op de juiste vragen”) en Ridderbos (over sommige theologen die hij op college behandelde: “Het is interessant wat hij zegt, maar je moet er natuurlijk niets van geloven”).En hoewel het natuurlijk geen echte leraren zijn, heb ik ook veel geleerd van collega’s, van schrijvers (theologie, maar dat bepaald niet alleen!), van familieleden en vrienden.

En eigenlijk leer ik nog steeds van mensen. Permanente educatie, zou je kunnen zeggen.
Maar een belangrijke  basis werd gelegd op de lagere school. Daar spelen zich misschien wel de meeste vormende jaren van je leven af.
Belangrijk dus, dat ons dat weer eens door de leraren zelf onder de aandacht werd gebracht.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Carrièreswitch

Afgelopen zondag was ik aanwezig bij het afscheid van een collega. Hij beëindigde zijn periode in de gemeente – nee, niet vanwege emeritaat (=pensioen, zeg maar) of vanwege vertrek naar een andere gemeente, maar omdat hij op 63 jarige leeftijd heeft besloten om een grote passie van hem alle ruimte te geven: sterrenkunde studeren!
Die wens laat hij met ingang van het komend collegejaar in vervulling gaan.
Na de dienst waren er toespraken met veel waarderende woorden voor zijn inbreng in het gemeentewerk, maar zeker ook in het boven-plaatselijk werk binnen de kerk. Zeer terecht allemaal.
Na de dienst was er koffie en had ik de gelegenheid nog een tijdje met hem te spreken. Het ging onder meer over de mogelijkheid om in onze regio de sterrenhemel te bestuderen zonder de lichtvervuiling van de steden, zoals die in het Westen voorkomt. Hij vertelde dat je, als je 7 sterren van de Kleine Beer kon zien het mooi sterrekijkweer was. Ik reageerde quasi-deskundig met de opmerking, dat dat het enige sterrenbeeld was dat ik kon herkennen. Ik viel meteen door de mand: “Nee, Theo, dat zal de Grote Beer zijn…”

Ik vroeg hem of er meer mensen van zijn leeftijd waren die in de collegebanken plaats gingen nemen. Hij vertelde van de voorlichtingsdag voor de studie Sterrenkunde; er zaten  inderdaad heel veel mensen van zijn leeftijd, maar dat bleken de ouders te zijn van de aankomende studenten. Na afloop van het kennismakingscollege mochten de a.s. studenten mee naar de sterrenkijker van de faculteit. Omdat mijn collega zelf een geavanceerde sterrenkijker bezit, liet hij dat aan zich voorbijgaan. Waarop een van de ouders hem vroeg of hij ook een zoon of dochter had die sterrenkunde ging studeren. Nou nee…
Vermoedelijk zal hij, met zijn rijzige, aartsvaderlijke gestalte en grijze baard wel afsteken bij alle 18- en 19 jarigen in de collegebanken.

In een van de afscheidstoespraakjes na de dienst meldde de spreker, dat hij de horoscoop in de Libelle had geraadpleegd. Daaruit bleek, dat de sterren vertelden dat wie een nieuwe stap ondernam, een glanzende carrière tegemoet zou gaan. Jammer is alleen, dat als mijn collega zijn studie beëindigd zal hebben, voor hem meteen de pensioengerechtigde leeftijd is aangebroken. Maar wie weet wat er nog voor hem in het vat zit…
Voor mij was hij al een “Wijze uit het Westen”. En deze studie zal daar zeker nog het nodige aan toevoegen.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Diefstal

Onlangs hebben we nieuwe fietsen aangeschaft. Zoals dat gaat met iets nieuws, wil je er zeker van zijn dat het niet gestolen wordt. En mocht dat toch het geval zijn, dat je het verzekerd hebt. Dus hebben we zowel goede sloten en een stevig kabelslot aangeschaft en voor ze zekerheid ook een verzekering tegen diefstal afgesloten.
Het is me ooit één keer gebeurd dat mijn fiets gestolen werd. Die stond bij de kerk gestald tijdens een vergadering. Toen ik na afloop naar buiten kwam, bleek mijn fiets er niet meer te staan. Eerst vraag je je af of je hem niet ergens anders had neergezet. Daarna of je toch niet met de auto was gekomen. Maar als alle mogelijkheden uitgesloten zijn moet je je er wel bij neerleggen dat er sprake is van diefstal.
Dat is in een dorp iets anders dan in een stad. Jongeren zijn er daar aardig aan gewend. Zelfs al heb je je fiets driedubbel op slot staan en is de fiets eigenlijk niets meer waard – in de stad blijft het roofgoed. Een oud grapje is, dat één van de eerste vragen bij aangifte van diefstal van je fiets is: “Waar heb je het rijwiel zelf gestolen?”
Van de diefstal van mijn fiets heb ik geen aangifte gedaan; het leek me de moeite niet waard. Het enige dat ik me er nog van herinner is, dat ik kwaad was. Nog niet eens zozeer omdat mijn fiets weg was, maar meer nog omdat ik naar huis moest lopen…
Een bizar geval van diefstal overkwam me in de stad Utrecht. We fietsten daar wat rond en gingen een kopje koffie drinken. Omdat we het zicht hadden op onze fietsen, gestald op een brug, had ik het kabelslot maar achterwege gelaten; dat zat onder de snelbinders, compleet met sleuteltje erin. Toen we weer zouden wegrijden bleek de fiets er nog wel te staan – maar het slot was gestolen! Meestal is het andersom.
Overigens doet me het stelen van een fiets bij de kerk denken aan een ander (oud) grapje. Na afloop van een dienst van de Pinkstergemeente riep een man uit: “Ik kan weer lopen!”.  Een mede Pinksterbroeder zei: “Halleluja, broeder! Hoe is dat wonder geschied? “Waarop de man antwoordde: “Niks wonder… Ze hebben m’n fiets gejat!”

Wij hopen voorlopig zonder narigheid te kunnen genieten van onze nieuwe fietsen.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen